SURFacademy Spring School Mobiel Leren

OU-campus

OU-campus

Van 13 t/m 15 mei nam ik deel aan de Spring School Mobiel Leren van SURFacademy die doorging op de campus van de Open Universiteit in Heerlen. Het was een bijzonder leerrijke ervaring. In die mate dat ik het voorbije weekend niet kon laten om te experimenteren met een van de toepassingen die ik er gezien had en die me bijzonder aangesproken had, met name Mscape, met dank aan het niet aflatende meeslepende enthousiasme van Roel Martens van Fontys. Over Mscape later meer.

De Spring School begon woensdagnamiddag met een introductie over SURFacademy en een algemene presentatie over mobiel leren. Er was daarna uitgebreid de gelegenheid om elkaar te leren kennen in 1-op-1 gesprekken waarbij mobiele technologie meteen ingezet werd: elkaar filmen met de Flip in de vorm van een interview of gewoon een korte uiteenzetting over onze verwachtingen t.a.v. deze Spring School. Die filmpjes staan nu op www.surfmedia.nl (beetje vergelijkbaar met het VideoLab van de associatie KULeuven), maar (gelukkig) wel afgeschermd.

Flip

Flip

Ik had al veel gelezen over de flip, maar ’t was leuk om hem nu eens zelf te kunnen uitproberen. Ongelooflijk eenvoudig dus om on-the-road filmopnames te maken. Wat me een beetje tegenvalt in het resultaat is de audio. Veel omgevingslawaai, maar dat is waarschijnlijk niet te vermijden bij dit soort opnames.

Marcus Specht en het mulitmedialab

Marcus Specht en het mulitmedialab

Donderdag begon met een presentatie van Marcus Specht en een rondleiding door het multimedialab van de OU. Soort Alice in Wonderland gevoel leverde dat op… of zoiets als het Huis van de Toekomst, allerlei technologische hoogstandjes dus. Aan de deur van elke ruimte hangt een soort identificatie-ding. Het lijkt op een hoop zwarte vlekken en heeft een zelfde soort functie als een barcode. Door dat vlekkenpatroon te scannen met een speciaal apparaatje, kan je zien wat er in die ruimte te doen valt en kunnen bepaalde apparaten automatisch gestart worden zoals bv. het afspelen van een film. Je krijgt dus alle relevante informatie over een ruimte meteen te zien op het mobiele apparaat.

Afgelopen weekend stuurde iemand via Twitter een link door naar een presentatie op TED van Pattie Maes, een Belgische computerwetenschapper en professor aan het MIT Medialab. Deze presentatie gaat ook over dit soort technologie. Een aanrader om deze even te bekijken!

E-reader

E-reader

E-readers, daar ging het over in de presentatie van Peter De Jong van het Leids Universitair Medisch Centrum waar ze het gebruik van e-readers uitgetest hebben bij studenten. Met een e-reader kan je elektronische documenten lezen net zoals je papieren documenten zou lezen. In plaats van een stapel boeken mee te sleuren kunnen deze in principe ingeladen worden in de e-reader (die om en bij de 500g weegt) en kan je ze overal lezen op comfortabele wijze. Het leest echt net zoals op papier, het apparaat heeft dus ook extern licht nodig om gelezen te kunnen worden en je kan het net zo goed lezen in je bed met een nachtlampje als op het strand in het volle zonlicht. Geen last dus van reflectie zoals op een computerscherm. Toch was het enthousiasme binnen de testgroep van studenten niet zo bijster groot. Het bladeren gaat niet zo vlot als met een papieren versie, het vraagt wat tijd, en zeker bij het springen naar een ander deel van het boek vraagt het teveel tijd. Studenten vonden het niet zo interessant bij het studeren omdat zij dan al hun materiaal parallel willen gebruiken (alles ligt uitgespreid over hun bureau). Vanuit het publiek merkte Margreet van den Berg vanuit eigen ervaring op dat zij het vooral interessant vindt voor docenten en minder voor studenten.

Boeiend was de sessie van Peter Van Ooijen van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij zetten PDA’s in om interactiviteit in colleges met grote groepen te bewerkstelligen. Dit kon al met zogenaamde stemkastjes waarmee je je toehoorders kan laten stemmen op een of andere stelling, maar de applicatie die zij ontwikkeld hebben, gaat veel verder dan dat.

vanooijen

Met name kunnen ze beeldmateriaal (in dit geval ging het om radiografieën) tonen op de PDA en kunnen de studenten op de foto de ligging aanwijzen van een skeletonderdeel. Dit kan dus tijdens de les gebruikt worden en verhoogt op die manier de interactiviteit, bovendien heeft de docent meteen zicht op eventuele misconcepties, maar een meerwaarde is zeker ook dat de studenten achteraf de oefeningen kunnen overdoen op de PDA.

vanooijen2

vanooijen3

Het gaat hier om eigen ontwikkelde software voor Windows Mobile systemen. De volledige presentatie kan bekeken worden op Slideshare.

Dan was er nog de sessie van Nele Coninx over ‘coaching met oortjes’. Dit leek me een interessante optie voor bijvoorbeeld onze eigen lerarenopleiding. Een beginnende leerkracht wordt uitgerust met een oortjes-systeem en de begeleidende leerkracht kan tijdens de les opdrachten of suggesties geven via die oortjes. M.a.w. in plaats van dat er achteraf feedback gegeven wordt op de prestatie kan de coach nu op het moment zelf interveniëren en kan de gecoachte onmiddellijk zijn gedrag aanpassen. Het is al gebleken dat dit goede resultaten oplevert en voor Nele Coninx is het nu de bedoeling om hier wetenschappelijk onderzoek over te doen.

Workshop Games Atelier

Workshop Games Atelier

Donderdagnamiddag werd een heel boeiende en interessante ervaring met de workshop Games Atelier van Waag Society. Het spelelement inbrengen in onderwijssituaties, het is al langer bekend dat je daarmee attractief én leerrijk onderwijs maakt. Daarvan moest ik niet meer overtuigd worden, mijn ervaring met business games en eigen ontwikkelde ‘spelletjes’ staat daar borg voor. Wat ik in deze sessie gezien heb en mogen doen heb, was voor mij nieuw en heeft mij nog maar eens aangetoond hoe boeiend het is om met innovatieve dingen in het onderwijs bezig te zijn.

Het ging om een toepassing voor een smartphone met gps-functie. De toepassing laat toe om ‘een spel’ te ontwerpen waarbij lerenden met de smartphone op pad gaan, waarbij ze een bepaalde route moeten volgen en waarbij ze als ze bij bepaalde plekken aankomen, informatie krijgen over die plaats in de vorm van tekst of een plaatje, of waarbij ze een vraag moeten beantwoorden over die plaats. De info of de vraag verschijnt automatisch als ze bij de plek aankomen omdat hun locatie gedetecteerd wordt via de gps. Onderweg kan men zichzelf gelocaliseerd zien op het kaartje dat de route bevat. Dit opent dus perspectieven om dingen ter plaatse te leren en het is bekend vanuit onderzoek dat informatie aangeboden binnen de geëigende context beter beklijft dan informatie aangeboden in een totaal andere context. Wat zijn mogelijke toepassingsgebieden? Er kan gedacht worden aan leren over bouwstijlen door een spel te ontwerpen waarbij in een stad een aantal historische gebouwen worden bezocht, of aan biologieonderwijs ‘in het veld’, aan leren over verkeerssituaties enz enz.

Workshop Games Atelier

Workshop Games Atelier

Workshop Games Atelier

Workshop Games Atelier

Het zelf maken van zo’n route was vrij eenvoudig. Dit gebeurt op een pc en het resultaat komt terecht op een server vanwaaruit het spel gepushed wordt naar een of meerdere smartphones. Een WAP-verbinding op het mobile device is dus wel noodzakelijk.

Nadat we per twee een spel gemaakt hadden rond het gebouw van de OU, moesten we zelf het spel van een andere groep gaan lopen en uitvoeren. ’t Was echt tof om dit aan den lijve te ervaren, zien waar je je bevindt en je bewegen van hotspot naar hotspot en de vragen beantwoorden.

Workschop Games Atelier

Workschop Games Atelier

Dit systeem van de Waag is ontwikkeld voor de Nokia 95, niet dus voor andere mobiele apparaten. Wel bekijkt men momenteel of men het ook zal ontwikkelen voor de iPhone. Mijn compagnon in dit spel, Roel Martens, kon echter maar niet zwijgen over een gratis softwaretool, dat gelijkaardige mogelijkheden biedt maar dan voor Windows Mobile apparaten. Hij bracht het zover dat hij de dag nadien in het programma ingelast werd om dit product voor te stellen. Het gaat dus om Mscape waarmee ik deze blogpost begon. Mij heeft hij alvast weten te enthousiasmeren en ik zal er in een latere blogpost vast wel op terugkomen.

Vrijdag begon met een uiteenzetting van Matthijs Leendertse van TNO over ontwikkelingen in mobiele technologie. Dit was meer een overzichtspresentatie waarin een aantal dingen van de dag voordien opnieuw de revue passeerden maar waarbij deze ook ingekaderd werden in een ruimere visie. Zo legde hij duidelijk de relatie tussen mobiel leren, informeel leren en contextueel leren.

Hij toonde een filmpje over het ‘One Laptop per Child’ programma dat geen laptopproject is maar een onderwijsproject. Door in de ontwikkelingslanden elk kind uit te rusten met een 100$-laptop wil men de ontwikkeling van deze gebieden bevorderen. Ook leuk om zien was het promotiefilmpje over Swinxs, een speeltoestel gebaseerd op mobiele technologie waarmee de fysieke activiteit van kinderen bevorderd wordt.

Daarna liet Marie-Constance Smeeman van HAS Den Bosch zien hoe zij de video iPod inzet voor haar lessen Engels. Bedoeling is dat studenten die bijvoorbeeld met de trein de verplaatsing naar de hogeschool maken, tijdens de rit kunnen oefenen met Engelstalig audio- en videomateriaal. Hiervoor maakt zij gebruik van vrij beschikbaar materiaal, bijvoorbeeld van het Australische English Bites. De doelstelling is het uitbreiden van de woordenschat. Meer info over dit project is te vinden op de site van Surf Foundation.

In de sessie van Mike Coumans van SendSteps werd SMS2vote en SMS2stage voorgesteld. SMS2vote is een toepassing die toelaat dat het publiek tijdens een Powerpoint-presentatie kan stemmen of antwoorden op een multiple choice vraag en waarbij de resultaten meteen zichtbaar zijn in de presentatie. Met SMS2stage is het mogelijk dat het publiek vragen stelt die automatisch of na moderatie geprojecteerd worden. Op deze manier kan men dus interactiviteit bewerkstelligen bij het onderwijs in grote groepen. Toeval wil dat ik zelf een paar weken geleden dit product al had uitgetest. ’t Is alleen niet gratis. Blijkbaar had de firma zonet een deal afgesloten met SURF waardoor deze technologie aan een hogeschool (aangesloten bij SURF) onbeperkt beschikbaar kan gesteld worden voor 2000€ per jaar. Blijft toch wel een behoorlijk bedrag. Bovendien zit je dan ook nog altijd met de sms-kost waarvoor de student moet opdraaien.

Wilfred Rubens

Wilfred Rubens

De Spring School werd afgesloten met een presentatie van Wilfred Rubens. Hij maakte tijdens zijn sessie over digitale didactiek en mobile learning, gebruik van Turningpoint stemkastjes om naar onze mening te peilen over allerlei stellingen i.v.m. de meerwaarde van mobiele technologie t.o.v. gewone klassieke internettechnologie. Zijn uiteenzetting refereerde naar de 7 pijlers van digitale didactiek zoals uitgewerkt door Robert-Jan Simons (2003). Wilfred voegt er nog 3 pijlers bij. Zijn presentatie is hier te bekijken.

Er werd ook druk getwitterd tijdens deze driedaagse via de hashtag #mlss09, dit kan hier nagelezen worden.

We-think… een visie op het internet van de 21e eeuw

Web 2.0 is al een tijdje hét modewoord. Internet veranderde erdoor van een statische eerichtingscommunicatie naar een dynamische interactieve omgeving waarin ‘delen’ centraal staat.

Een aardig filmpje om te bekijken:

Dit filmpje illustreert de ideeën die Charles Leadbeater uitwerkt in zijn recente boek We-think: mass innovation, not mass production.

Nochtans is niet iedereen zo in de wolken over deze nieuwe evolutie.

Vorige week werd de Nederlandse vertaling (De @-cultuur) van het boek “The cult of the Amateur” van Andrew Keen voorgesteld. Keen doet krasse uitspraken zoals “Web 2.0 democratiseert niet. Het creëert alleen een heerschappij van het gepeupel.”. De ondertitel van zijn boek is ook veelzeggend: “Hoe internet onze beschaving ondermijnt”.

Het weze duidelijk dat Leadbeater en Keen er totaal tegenstrijdige visies op nahouden.

Maandag 7 april zond de VPRO op Nederland 2 in de reeks “Tegenlicht” een documentaire uit met als titel “Wiki’s waarheid” waarin onder andere beide vernoemde heren aan het woord komen. Je kan deze uitzending van 50 minuten hier bekijken. Zeer interessant!