Educause dag 2: sessies

ECAR Student and IT Study

Jaarlijks doet ECAR (Educause center for applied research) een onderzoek bij studenten i.v.m. hun gebruik van technologie, zowel persoonlijk als voor hun studies, welke technologieën ze waardevol vinden voor hun studie en in welke mate hun onderwijsinstellingen technologie ondersteunen. De bevraging gebeurt lokaal in de verschillende onderwijsinstellingen maar dit jaar heeft men hieruit een nationaal representatieve steekproef (voor de US) van 3000 undergraduate students getrokken en daarop de analyses uitgevoerd die gepubliceerd werden. Zie ook deze infographic.

Ik neem aan dat de resultaten van deze studie ook voor ons ergens wel richtinggevend kunnen zijn.

Gevraagd naar welke technologieën ze in het bijzonder waardevol vinden voor hun studie, komen meer ‘traditionele’ zaken naar voor:

Merk wel op hoe belangrijk Wi-Fi is.

Ook opmerkelijk, zij het toch niet meer echt verwonderlijk, het gebruik van de verschillende communicatietools. Bijna alle studenten gebruiken dagelijks e-mail, sms en facebook. Studenten die frequent sms’en sturen gemiddeld 84 sms’en per dag… en diegene die frequent Facebook gebruiken, checken Facebook gemiddeld 13 keer per dag…

Opvallend vond ik dat 55% over een smartphone beschikt en dat is evenveel als diegenen die beschikken over een digitale camera of een webcam. Van die smartphone-bezitters gebruikt 37% deze ook in het kader van hun studie


Gevraagd naar waarvan ze wensen dat docenten meer gebruik zouden maken, is het opmerkelijk dat die lijst aangevoerd wordt door e-mail. Liefst 39% zou willen dat hun docenten meer gebruik zouden maken van e-mail. 1 op 3 wil ook dat er meer gebruik wordt gemaakt van de digitale leeromgeving. Het meest opvallend hier vind ik echter dat 1 op 3 meer gebruik wil van e-books. Zover zal het bij ons nog wel niet zijn, maar het geeft denk ik wel aan welke evolutie we daarin de komende jaren mogen verwachten.

Studenten vinden dat hun docenten technologie niet vaak genoeg gebruiken en als ze het doen, dan doen ze het niet effectief genoeg. De helft vindt dat ze zelf meer weten van technologie en het gebruik ervan dan hun docenten. Ik vermoed dat dit bj ons niet veel anders zal zijn en dit betekent dat we nog meer energie moeten stoppen in de professionalisering van onze docenten.

En ten slotte, de meest geprefereerde leeromgeving is de op blended learning gebaseerde: die met seminaries of kleinere klassen met een aantal online componenten (58%).

Mobility Agility: Keeping Pace in an Era of Anywhere, Anytime Connectivity

In deze sessie werd nog eens het mobiele verhaal gedaan. Dat studenten hun devices meebrengen en dat zij vanaf deze devices toegang willen hebben tot alle campustoepassingen. Dat CIO’s dat moeten ondersteunen. Dat in de eerste plaats in degelijke WIFI-toegang overal op de campus moet voorzien worden. Dat Android, iOS en HTML5 ondersteund moeten worden. Dat men niet aan device-support moet doen, maar wel aan app-support. En tenslotte dat de CIO zijn eigen verhaal dienaangaande moet binnenbrengen in het strategisch plan van de instelling.

DIY U: Edupunks and the Future of Higher Education (Anya Kamenetz)

Open content, blended learning, prior learning assessment, and personal learning networks and paths are all shaping the future of higher education. The common threads are technology, social media, unbundling of services, and increased personalization. In this time of disruptive innovation, hear success stories of institutions that are collaborating to respond positively to the challenges of securing funding, providing access, and ensuring quality teaching and learning.

Vertrekkende van de huidige economische situatie, de kost van onderwijs, de verwachting dat 58% van de huidige basisschoolleerlingen tewerkgesteld zullen worden in jobs die vandaag nog niet eens bestaan, pleit zij voor een radikale innovatie in het onderwijs waarbij open content of open courseware en persoonlijke leerpaden en leernetwerken centraal staan.

opname van sessie

Edupunks’ Guide

Using Web 2.0 Technology to Make Large Classes Seem Smaller (Perry J. Samson)

Deze sessie ging over het doceren aan grote groepen waarbij men toch erin slaagt om studenten actief te betrekken bij de leerstof. We hoorden opnieuw alle argumentatie waarom men klassieke hoorcolleges moet omvormen tot interactieve lessen en hoe men dat kan doen, zoals we dat al kennen van de student response systems (voting, clickers).

Wat Samson toonde, ging echter een stap verder dan wat mogelijk is met SRS of voting.

Om dit te realiseren, maakt hij gebruik van Lecturetools. De presentatie wordt erin opgeladen, er kunnen vragen gesteld worden aan de studenten, maar naast mutiple-choice vragen zijn er ook andere typen vragen zoals het in een bepaalde volgorde plaatsen van items of het laten aanwijzen van iets op een figuur. Vragen stellen aan de docent à la Twitter backchannel kan ook en dit niet alleen tijdens het college, maar ook nog daarbuiten.

Samson gaf zeer mooie voorbeelden vanuit de praktijk. Hij is al zeer lang docent en hij zei dat 30 jaar lang zijn studenten nooit vragen hadden, maar nu hij Lecturetools gebruikt, hebben 2/3 van de studenten vragen. 90% van zijn studenten brengt een laptop mee juist om via Lecturetools actief deel te kunnen nemen aan de les. Studenten die vanop afstand de les volgen, kunnen ook actief participeren.

Het gaat hier wel om een betalende service. Docenten-accounts zijn gratis, maar studenten moeten betalen voor een account. Dat kan voor 1 semester of voor 2.

Het leek me wel een zeer mooie tool te zijn. Uit onderzoek bij de studenten van Michigan bleek dat 90% aan Lecturetools de voorkeur zouden geven als ze zouden moeten kiezen tussen die tool en bv. een clickersysteem.

UC/UCLA Mobile Web Framework: An In-Depth Technical Overview (Eric Bollens e.a.)

The UC/UCLA Mobile Web Framework enables a single set of markup to allow any web-enabled mobile device predictable and usable access to your web pages and web applications. This in-depth technical presentation will take a web application and convert it to mobile (http://m.ucla.edu/doc).

Voor de laatste sessie van de dag koos ik voor deze, in de hoop iets in praktische zin op te steken over zelf ontwikkelen voor mobiele toepassingen. Het overlopen van mijn nota’s van deze sessie en de powerpoint ervan, doet de goesting weer opkomen. Hier ga ik toch echt eens mee aan de slag gaan. Deze mannen van UCLA ontwikkelden een zogenaamd framework waarmee je vrij eenvoudig zou moeten kunnen ontwikkelen voor mobiel. Natuurlijk wordt er gekozen voor web-based en niet voor native apps. Dat is vrij logisch want native apps ontwikkelen is onhoudbaar als je kijkt naar het aantal devices dat op de markt aanwezig is en hoe snel de evolutie daarvan gaat, om nog maar van het onderhoud van native apps te zwijgen. 1 ontwikkeling dus die goed zou moeten zijn voor alle – of toch zo veel mogelijk – typen van mobiele apparaten.

Het framework is vrij beschikbaar op http://mwf.ucla.edu/

Advertenties

Educause 2011: dag 2

De eerste officiële conferentiedag begon – na wat officiële plichtplegingen – met een keynote van Seth Godin. Het moet gezegd, zo’n algemene sessie tijdens een conferentie met meer dan 4000 deelnemers, is indrukwekkend. Of toch de ruimte en heel de technische infrastructuur daarrond.

Ik vermoed dat de functie van zo’n eerste keynote erin bestaat een bepaalde psychologische toestand bij de conferentiegangers te creëren: een positief, open en verwachtingsvol gemoed voor al wat nog komen gaat. Het zijn immers bijna altijd uitstekende sprekers die hun publiek kunnen bespelen en begeesteren. Seth Godin zou het naar mijn mening ook niet slecht doen als stand-up comedian. Voor een stuk was hij dat toch zeker.

Maar wat was nu de boodschap? We komen van een tijd van massaproductie en massamarketing. Massa staat gelijk met gemiddeld. Gemiddelde producten maken voor gemiddelde mensen. Onderwijs stond/staat ten dienste van dat proces: mensen opleiden om ze in te passen in dat industrieel productieproces. Mensen zijn inwisselbaar.

Economie was/is een economie van schaarste: de middelen om te produceren zijn schaars. Dat is niet langer het geval: in de context van het onderwijs beschikt bijna elke student over een laptop en daarmee over een middel om te produceren.

Godin schetst evolutie van jager naar landbouwer naar fabrieksarbeider naar artiest. Waarbij hij met artiest bedoelt: iemand die iets engs en moedigs doet, iets heel persoonlijk, uniek en voor de eerste keer en dat een ander raakt. Kunst is werken zonder kaart, zonder instructies bedoelt hij.

De reden om gemiddeld te willen zijn was volgens hem de normaalverdeling. Massaproductie richt zich naar het middengedeelte van de Bellcurve. Die normaalverdeling zakt echter in – je bekomt een grotere spreiding – omdat mensen die zich aan de uiteinden bevinden via het internet in contact komen met anderen uit die uiteinden en deze versterken elkaar zodat de curve inzakt en er straks meer “weirdo’s” zijn dan “normalen”.

Gemiddeld zijn moet niet langer de norm zijn. We moeten kijken naar de problemen die nog moeten opgelost worden. Dingen dus waarvoor er geen ‘kaart’ bestaat en waarvoor een ‘artiest’ nodig is, iemand die ‘buitengewoon’ is. En falen moet hierbij kunnen: “if failure is not an option, then neither is success”. Of nog: de uitvinding van het schip was ook de uitvinding van het scheepswrak.

Onderwijs moet dus in plaats van inwisselbare pionnetjes voor een industrieel productieproces, ‘artiesten’ voortbrengen.

More to follow…

Educause 2011: dag 1

Ik ben dit jaar opnieuw bij de gelukkigen waardoor ik deze week de Educause-conferentie mag bijwonen, in Philadelphia deze keer. Educause is de grootste conferentie ter wereld gewijd aan ICT in het hoger onderwijs.

Preconference

Omdat e-portfolio momenteel aan de HUB een redelijk hot item is, volgde ik vandaag een preconference verzorgd door Virginia Tech: Virginia Tech ExPo: E-Portfolios for Courses and Programs Across the University

This seminar proposes to share Virginia Tech’s electronic portfolio experiences. Specific examples of portfolios for learning, assessment, and professional development will be discussed. We will explain how we support faculty and students, including the university’s center for emerging technologies, InnovationSpace. We will share our portfolio processes like the structure of our design meetings, our portfolio tools, and the infrastructure needed to implement e-portfolios throughout our institution so participants can learn from the challenges we faced and apply our strategies for success. The seminar will include a participatory design process to facilitate development and share experiences. Participants should leave with a greater understanding of how to implement e-portfolios throughout the university. We will also provide resource materials including our student and faculty guides, links to our website and video tutorials, sample reflection prompts, sample e-portfolio activities, and a copy of our e-portfolio design document.

De beschrijving was zeer uitnodigend en veelbelovend, maar ik ben helaas toch wat op mijn honger blijven zitten.

Er werd op een zeer logische manier gestart met een aantal voorbeelden van portfolio’s van studenten van Virginia Tech. Zeer verschillende soorten van portfolio’s ook. Van een zeer eenvoudig portfolio verbonden met 2 vakken en lopende over 2 jaar met vooral schrijfoefeningen (het ging over een cursus Engels), over een departementaal assessment portfolio waarbij dit moet dienen om learning outcomes te meten, naar een portfolio dat het behalen van nationaal bepaalde outcomes moet bewijzen.

Allemaal zeer mooi, maar ik had gehoopt om ook een blik achter de schermen te krijgen. Hoe wordt de ontwikkeling hiervan concreet aangepakt? Hoe verloopt de uitrol? Waaruit bestaat het portfolio technisch gezien? Wat als men nog iets wil wijzigen aan de template? Wie begeleidt? Hoe wordt die begeleiding geïmplementeerd of geörganiseerd? Wat krijgt een begeleider/coach eigenlijk te zien? Wat zijn de ervaringen, zowel van de studenten als van de begeleiders? Wat zijn de struikelblokken en hoe kunnen die voorkomen worden?

Op al die vragen heb ik geen antwoord gekregen. Ik heb alleen begrepen dat ze SAKAI gebruiken voor hun portfolio-sites, dat ze heel veel artefacten (documenten, scans, audio, video, …) laten opslaan en dat ze geen opslaglimiet instellen.

Een tweede spreker had het uitgebreid over het pedagogische belang van reflectie, uitvoerig gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Op zich wel interessant natuurlijk, en wellicht onlosmakelijk verbonden met portfolio, maar wat mij betreft niet nieuw en vooral niet in overeenstemming met mijn verwachtingen van deze preconference.

Wat ik wel onthouden heb is dat een portfolio in de eerste plaats bedoeld is voor de student zelf. Het is een instrument dat het leren van de student moet ondersteunen en richting geven. Reflectie is hier de tool bij uitstek.

Wat ik ook onthouden heb is dat er niet zoiets is als ‘het’ instellingsportfolio. Het was zeer duidelijk dat ook aan Virginia Tech verschillende opleidingen verschillende portfolio’s gebruiken. Elk wordt aanzien als een project. De sprekers hadden het over een honderdtal projecten!

Mooi was nog een voorbeeld uit een lerarenopleiding. Reflectie hoeft niet noodzakelijk in geschreven vorm te zijn. In dit project werd uitvoerig gebruik gemaakt van video en audio. Zo neemt bv een student vooraleer hij een stageles geeft, zichzelf op terwijl hij reflecteert over hoe hij de les gaat aanpakken. Onmiddellijk na afloop van de les doet hij hetzelfde, maar nu reflecteert hij over de zopas gegeven les.

Omdat in de portfolio’s zoveel gebruik gemaakt wordt van multimedia voorzien ze hiervoor ook de nodige faciliteiten en opleidingsmogelijkheden, zowel voor docenten als voor studenten. Dit vindt plaats in hun zogenoemde Innovationspace. Voor opleiding in de tools doen ze omstandig beroep op studenten!

Openingsreceptie in de Exhibit Hall

In de Exhibit Hall exposeren talloze bedrijven hun producten, alle dus actief in de onderwijswereld. Als je die gigantische ruimte betreedt en al die indrukwekkende stands ziet, kan je maar één ding cocluderen eigenlijk: education is big business