EDEN 2012, keynotes 8/6

De keynotes van deze tweede dag konden mij niet echt bekoren. Die van Dale Stephens wil ik nog wel vermelden.

Dale Stephens, een Amerikaanse jongeman van de leeftijd van mijn jongste zoon of jonger, kreeg hier het platform om een lans te breken voor de afschaffing van het onderwijssysteem, of tenminste toch voor het afschaffen van scholen. ‘Unschooling’ is de term die hij gebruikt. Scholen presteren slecht in dat waarvoor ze bedoeld zijn. Mensen kunnen veel beter zelf kiezen wat, waar en wanneer ze willen leren. Met het huidige internet heeft men vrije toegang tot een pleiade van leermogelijkheden of -opportuniteiten. Je kan er gewoon uitkiezen wat je op een bepaald moment interesseert en zo je eigen opleiding volledig zelf in handen nemen. Er is ook genoeg mogelijkheid om aan te sluiten bij leercommunities. Ik zal niet beweren dat het allemaal onzin is wat hij vertelt, maar in mijn opinie is dit model geschikt voor de mature life long learner; zoals hij op deze conferentie genoemd wordt, maar niet voor basisopleidingen. Niettemin geef ik graag mogelijk interessante links uit zijn presentatie mee.

Ik vond het heel verrassend dat deze keynote toch nog zoveel weerklank vond bij de congresgangers zoals mocht blijken uit de nog volgende parallelsessies en de paneldiscussie in de namiddag.

Advertenties

EDEN 2012, parallel sessies B en C

Voor tracks B en C viel mijn keuze op “Social Web and Collaborative Learning”

“Generational Differences in Using Social Media in Politics”, Auvinen, Finland. Het ging hier eigenlijk over het groeiende belang van sociale media in de politiek (verkiezingen Frankrijk, Amerika) en in burgerbewegingen (Arabische lente). De link met leren of onderwijs is me eerlijk gezegd ontgaan. Hij bracht wat cijfermateriaal over het gebruik van sociale media in Finland waaruit blijkt dat het vooral een zaak is van jongeren. Dit stond dan wel weer in contrast met cijfergegevens wereldwijd die eerder op de dag gegeven waren door Bob Fryer en waaruit bleek dat vooral de groep 35-55 actief is op sociale netwerken.

De 2e sessie uit deze reeks “Online Learning and Collaboration in the Cloud” van Les Pang en Stella Porto van de University of Maryland, US, vond ik een heel stuk relevanter en werd ook heel onderhoudend gebracht. Het ging over ervaringen met online samenwerken m.b.v. Google Docs in een volledige afstandscursus, meer bepaald in een basiscursus van een IT-opleiding. De prezi van de sessie kan hier bekeken worden. Studenten waren werkende life long learners tussen 25 en 49 jaar, mediaan 35 jaar. In het experiment werden verschillende activiteiten opgenomen: opdrachten, enquêtes, groepsonderzoeksproject, groeps casestudy presentatie, reflectiepaper over cursus.

Als resultaten komen naar voor het gemak van Google docs om te benaderen en om in samen te werken. Het niet volledig compatibel zijn met desktop-toepassingen werd wel als negatief ervaren evenals het door de bedrijfsfirewall geblokkeerd worden van Google docs. Opvallend evenwel is dat studenten het niet zo appreciëren dat er buiten de leeromgeving gegaan wordt. Des te meer verrassend vind ik dit aangezien het om IT-studenten gaat! Vaak werd het gepercipieerd als ‘meer werk’. Opmerkelijk vond ik ook dat docenten Google docs als tool hoger waardeerden dan de studenten, en dat op alle aspecten.

Maar de belangrijkste les die getrokken is lijkt me: de waarde van de technologie is afhankelijk van hoe goed de leeractiviteit ontworpen is. Iets wat we als ICTO’ers niet vaak genoeg kunnen herhalen en aandacht aan besteden.

Samenwerking in afstandsonderwijs of blended learning blijkt vaak een heikel punt te zijn, ’t is niet geliefd bij studenten en docenten hebben moeite met het opzetten ervan, maar deze studie geeft toch indicaties dat tools zoals Google docs online samenwerken wel mogelijk maakt en ook een meerwaarde creëert. Dit blijkt bijvoorbeeld uit feedback van studenten zoals: : “I’m starting to see more and more how powerful Google Docs can be as a collaborative tool between geographically separated users.”

De laatste sessie van deze track kwam van Airina Volungeviciene, Litouwen, “Collaborative Learning for University Studies”, waarin Facebook bekeken werd als tool voor samenwerkend leren. Het ging om een vrij kleinschalige kwalitatieve studie bij hoofdzakelijk vrouwelijke studenten (90.5%) en 12 docenten (waarvan 10 vrouwelijk). Studenten blijken pro facebook te zijn als tool voor leren, wat afwijkt van bevindingen elders in de wereld waar je meestal ziet dat studenten FB beschouwen als iets voor hun privéleven waar hun onderwijsinstellingen buiten moeten blijven. Ik zie echter bij de dingen die aan FB gewaardeerd worden, ongelimiteerde toegang staan. Blijkt dat in Litouwen bepaalde netwerkfaciliteiten van universiteiten tijdsgelimiteerd zijn, tja… De docenten houden helemaal niet van FB (ik meen dat dit ook in contrast staat met bevindingen elders). Komt mij voor dat ze nog vrij conservatief denken, als e-mail beschouwd wordt als belangrijk samen met de beschikbare tools in de leeromgeving. De studenten daarentegen zijn vragende partij voor meer gediversifieerde en meer actieve communicatietools.

 

Voor de laatste track van de dag viel mijn keuze opnieuw op “Social Web and Collaborative Learning”. Mijn schaarse notities van deze sessies tonen aan dat ik er niet echt veel van opgestoken heb.

In de sessie “Learning with Facebook Groups” van Hagit Meishar-Tal, Open University of Israel, werd verslag gedaan van het gebruik van Facebook-groepen als cursussites, m.a.w. Facebook als leeromgeving. Dus zowel de content als de groepsinteractie werd aangeboden en uitgevoerd in een Facebook-groep. De bevindingen zijn eigenlijk zeer positief. Facebook voorziet in een eigen dynamiek die anders is en betere resultaten geeft dan de gewone interactiemogelijkheden in een LMS. Studenten in deze studie lieten zich ook zeer positief uit.

Ook in de sessie van Patricia Huion van de KHLim, “Fear of F-Lying: An Ageing Teacher Questioning Her Roles Using Facebook to Create a Community of Autonomous Learners”, ging het over het gebruik van een Facebook-groep in een opzet van de flipped classroom, maar dan meer bekeken vanuit het perspectief van een docent die een heel veranderingsproces doormoet. Hij moet het ‘lesgeven’ opgeven om een aantal andere rollen op te nemen (Huion baseert zich op de rollen zoals onderscheiden door Pryzbylska). Toch positieve ervaring, maar wel meer werk, veel intensiever.

In “Higher-Order Thinking Strategies in Learning Blogs” van Gila Kurtz, Israel, ging me na of blogs in het onderwijs zorgen voor de bevordering van het gebruik van hogere-orde denkstrategieën. Men ging uit van de categorizering van HOTS (Higher-Order Thinking Strategies) zoals voorgesteld door Yoad. Uit deze studie blijkt dat het geval te zijn (HOTS veelvuldig aanwezig in blogs en gevarieerd), maar ook hier weer een vrij kleinschalige studie die op grotere schaal zou moeten uitgevoerd worden om iets te kunnen zeggen over generaliseerbaarheid.

 

EDEN 2012, parallel sessies A

Voor track A koos ik voor ‘Learner Characteristics, Needs and Perceptions’.

“Learner Characteristics in Online Distance Education” De Duitser die de resultaten van een survey bij studenten van de FernUniversity in Hagen kwam voorstellen, bracht niet zoveel nieuws. Resultaten die in lijn liggen met de perceptie die we zelf hebben over onze BL-studenten. Het gaat dan over leeftijd, werksituatie, man-vrouw verdeling, combinatie met gezin. Ook het feit dat in de gewone reguliere opleidingen het aandeel van ‘niet traditionele studenten’  toeneemt. Hij gaf cijfers van 40% on-campus studenten die werkervaring hebben en 12% die meer dan 15u per week werken. Conclusie die daaruit moet getrokken worden is dat  de karakteristieken en noden van de doegroepen van de universiteiten fundamenteel wijzigen, dat het beleid daarop moet aangepast worden en dat een verdere uitbreiding van flexibele, internet-gebaseerde studieprogramma’s voor gediversifieerde doelgroepen kan verwacht worden.

“The individualized ‘non-traditional student could become the regular profile of a future student”

Daarna volgde een bijdrage van Finse collega’s, “Students’ and Teachers’ Perceptions of an Innovative Blended Learning Environment – Case Porvoo Campus”. Het gaat om een heel nieuwe campus met een nieuw curriculum en een nieuwe pedagogische (blended learning) benadering steunend op inquiry based learning en focus om leren, niet onderwijzen. Het verhaal deed me denken aan de provinciale hogeschool Limburg met haar problem based learning. De architectuur van het nieuwe gebouw is aangepast op dat concept: weinig auditoria, meer conference rooms, kleine ruimten voor teamwork, flexibel interieur. Qua campusfaciliteiten werd geopteerd voor open learning spaces.

Belangrijke rol voor ICT (uiteraard). Men ziet daar 3 aspecten aan: ICT als tool voor leren, ICT-vaardigheden als competentie en openheid en delen van kennis, ook buiten de campus.

Voor het ondersteunen van inquiry based learning werd LeaP (Learning and Projects) ontwikkeld (in Sharepoint), een digitale leer- en communicatieomgeving die de onderzoekende leerbenadering ondersteunt evenals de communicatie met het bedrijfsleven (dat projecten aanreikt).

De ervaringen na het eerste jaar blijken positief te zijn met geen noemenswaardige verschillen tussen studenten en docenten. Wel moet er nog meer ingezet worden op het gebruik van educational technology en vraagt dit nog meer training van de docenten.

De laatste sessie van deze track werd gepresenteerd door Deborah Everhart van Georgetown University, US, “Perceptions of Progress: Learning Analytics and Social Learning Behaviours”. Een interessante, want van learning analytics wordt veel verwacht in het kader van opvolgen van voortgang van en het genereren van relevante informatie voor de BL of afstandsstudent. In het antwoord op volgende vragen die Deborah stelde, zijn we allemaal wel geïnteresserd denk ik:

Dit is wat een student zou moeten kunnen opvragen:

Studenten maken een kosten-baten analyse bij het bepalen van hoeveel tijd ze spenderen aan studieactiviteiten. De mate waarin ze participeren in leeractiviteiten wordt bepaald door de doelstellingen waarvoor ze gemotiveerd zijn.

Ze ging in op badge frameworks, een manier waarop online activiteiten gevaloriseerd kunnen worden en erkend door bv. werkgevers. Interessante link: openbadges.org. Filosofie en werking wordt zeer duidelijk in volgende figuur:

Uit hun onderzoek (University of Maryland, Baltimore College) van gegevens over 5 jaar, blijkt dat er een duidelijke correlatie is tussen activiteit in het LMS en de behaalde scores. Studenten die niet slagen, maken gemiddeld 39% minder gebruik van Blackboard dan studenten die hoge scores behalen.

Studenten beschikken over een tool ‘Check My Activity’ waarmee ze hun activiteit in het LMS en hun scores kunnen vergelijken met andere studenten in dezelfde cursus, in real time, zodat ze hun gedrag kunnen aanpassen. Dit is natuurlijk het soort feedback waarover wij in onze instelling nog niet beschikken.

Er werd vaak verwezen naar het werk van Erik Duval.

EDEN 2012, keynotes 7/6

E-learning and e-jobs for every generation, Gyula Hegyi (Europese commissie, kabinet van Andor)

In deze eerste keynote werd het belang aangekaart van ICT-kennis en -vaardigheden voor het succes van Europa 2020, meer bepaald om tewerkstelling te doen toenemen en armoede terug te dringen. Digitale competentie is noodzakelijk voor alle burgers.

30% van de Europeanen zou digitaal ongeletterd zijn en 150 miljoen Europeanen hebben nog nooit het internet gebruikt. Het gaat om oudere mensen, lage inkomens, werklozen, immigranten, laag opgeleiden.

Het gebrek aan digitale vaardigheden, de digital divide, is een bedreiging voor Europa. Werkloosheid en een tekort aan arbeidskrachten gaan samen! Men schat dat 90% van de jobs tegen 2015 e-skills zullen vereisen. Er is dus een taak weggelegd voor het onderwijs en vanuit Europa zijn hiertoe een aantal initiatieven genomen.

Hoewel ICT blijft aan belang winnen, zien we toch sinds 2006 een daling in het aantal ICT-afgestudeerden. Er is weinig interesse voor ICT-carrières. “It’s not healthy if more youngsters want to study psychology than engineering” (Bajnai). Jongeren hebben wel een basiskennis van ICT maar slechts weinigen maken de sprong van ‘cool’ ICT (ontspanning) naar ‘boring’ ICT (opleiding). Het aanboren van het potentieel van mid-career jobseekers uit gerelateerde domeinen is ook een optie, maar hier blijkt vaak geografische immobiliteit een obstakel te zijn.

Europa zet een aantal acties op zoals e-Twinning, Creative Classrooms, Europass on e-skills. De juiste skills en competenties aanreiken vereist radikale pedagogische veranderingen. Die veranderingen moeten student-gecentreerd zijn en focussen op samenwerkings-, communicatie- en ICT-vaardigheden.

Learning, Knowledge and Wisdom for all in Late Modernity, Bob Fryer (Campaign for Learning, UK)

Van Fryer’s keynote is me niet zo heel veel bijgebleven. Volwassenenonderwijs blijkt gelinkt aan sociale klasse en blijft stabiel over de laatste 15 jaar in alle EU-landen. Participatie aan leren daalt drastisch vanaf de leeftijd van 25 jaar. Dit moet aangepakt worden, via oplossingen vanuit het onderwijs maar ook vanuit sociaal-politieke hoek.

Volgende tabel die op een aantal domeinen de karakteristieken van het traditionele leernmodel afzet tegen die van het nieuwe opkomende leren, lijkt me wel een goede leidraad:

Volgens Fryer hebben we een combinatie nodig van technische, specifieke, geaccrediteerde vaardigheden en competenties met creativiteit, verbeelding, flexibiliteit, spontaneïteit en intuïtie. Digitale geletterdheid van mensen moet verbeterd worden. Er is een ‘critical pedagogy’ nodig en web 2.0 kan hieraan bijdragen (verwijst naar WebWise-project van de EU, rond public health, gebruik makende van web 2.0 in formele en informele onderwijssettings).

EDEN 2012 annual conference, Porto

Van 6 tot 9 juni 2012 ging in Porto de jaarlijkse EDEN conferentie door en ik was een van de gelukkigen om erbij te kunnen zijn. EDEN staat voor European Distance and E-learning Network.

The European Distance and E-Learning Network exists to share knowledge and improve understanding amongst professionals in distance and e-learning and to promote policy and practice across the whole of Europe and beyond.

Het is de Europese tegenhanger van het Amerikaanse USDLA (United States Distance Learning Association) en zorgt voor een netwerk van professionals die actief zijn in het domein van afstandsonderwijs. Eden organiseert Europese conferenties, zorgt voor publicaties, is zeer actief in EU-projecten en stimuleert wetenschappelijk onderzoek. Het zorgt ook voor de uitgave van het European Journal of Open, Distance and E-Learning (EURODL).

Wat meteen opviel was de bijzonder ruime aanwezigheid van de Belgen. Met maar liefst 39 deelnemers waren we het best vertegenwoordigde land, nog beter dus dan het organiserende land Portugal. Ik vermoed dat dit veel zegt over het actuele karakter van afstandsonderwijs en blended learning in onze onderwijsinstellingen.

Het thema van de conferentie was “Open Learning Generations, Closing the gap from generation “Y” to the mature lifelong learners”. Er was in de verschillende sessies dan ook veel aandacht voor intergenerationele problematiek bij afstandsleren of e-learning. De oudere doelgroepen vormden meermaals onderwerp van studie en onderzoek. Terugkoppelend naar onze eigen context, met oudere al dan niet werkende studenten in de BL-programma’s, onthou ik er vooral uit dat we onze aanpak mede moeten afstemmen op deze groep. Ergens is het verbonden met het verhaal van het streven naar de ondersteuning van verschillende leerstijlen. De oudere, mature, student vraagt een andere benadering dan de gewone generatiestudent. Gezien het feit dat het publiek voor onze BL-programma’s steeds meer gediversifieerd geraakt op vlak van leeftijd en (werk)ervaring, kan het niet anders dan dat ook wij weldra zullen geconfronteerd worden met intergenerationele aspecten binnen onze opleidingen. Ik denk dat het goed is om daar nu al aandacht voor te hebben en dit mee op te nemen bij het ontwikkelen van de programma’s.