Educause 2011: dag 2

De eerste officiële conferentiedag begon – na wat officiële plichtplegingen – met een keynote van Seth Godin. Het moet gezegd, zo’n algemene sessie tijdens een conferentie met meer dan 4000 deelnemers, is indrukwekkend. Of toch de ruimte en heel de technische infrastructuur daarrond.

Ik vermoed dat de functie van zo’n eerste keynote erin bestaat een bepaalde psychologische toestand bij de conferentiegangers te creëren: een positief, open en verwachtingsvol gemoed voor al wat nog komen gaat. Het zijn immers bijna altijd uitstekende sprekers die hun publiek kunnen bespelen en begeesteren. Seth Godin zou het naar mijn mening ook niet slecht doen als stand-up comedian. Voor een stuk was hij dat toch zeker.

Maar wat was nu de boodschap? We komen van een tijd van massaproductie en massamarketing. Massa staat gelijk met gemiddeld. Gemiddelde producten maken voor gemiddelde mensen. Onderwijs stond/staat ten dienste van dat proces: mensen opleiden om ze in te passen in dat industrieel productieproces. Mensen zijn inwisselbaar.

Economie was/is een economie van schaarste: de middelen om te produceren zijn schaars. Dat is niet langer het geval: in de context van het onderwijs beschikt bijna elke student over een laptop en daarmee over een middel om te produceren.

Godin schetst evolutie van jager naar landbouwer naar fabrieksarbeider naar artiest. Waarbij hij met artiest bedoelt: iemand die iets engs en moedigs doet, iets heel persoonlijk, uniek en voor de eerste keer en dat een ander raakt. Kunst is werken zonder kaart, zonder instructies bedoelt hij.

De reden om gemiddeld te willen zijn was volgens hem de normaalverdeling. Massaproductie richt zich naar het middengedeelte van de Bellcurve. Die normaalverdeling zakt echter in – je bekomt een grotere spreiding – omdat mensen die zich aan de uiteinden bevinden via het internet in contact komen met anderen uit die uiteinden en deze versterken elkaar zodat de curve inzakt en er straks meer “weirdo’s” zijn dan “normalen”.

Gemiddeld zijn moet niet langer de norm zijn. We moeten kijken naar de problemen die nog moeten opgelost worden. Dingen dus waarvoor er geen ‘kaart’ bestaat en waarvoor een ‘artiest’ nodig is, iemand die ‘buitengewoon’ is. En falen moet hierbij kunnen: “if failure is not an option, then neither is success”. Of nog: de uitvinding van het schip was ook de uitvinding van het scheepswrak.

Onderwijs moet dus in plaats van inwisselbare pionnetjes voor een industrieel productieproces, ‘artiesten’ voortbrengen.

More to follow…

Advertenties

Educause 2011: dag 1

Ik ben dit jaar opnieuw bij de gelukkigen waardoor ik deze week de Educause-conferentie mag bijwonen, in Philadelphia deze keer. Educause is de grootste conferentie ter wereld gewijd aan ICT in het hoger onderwijs.

Preconference

Omdat e-portfolio momenteel aan de HUB een redelijk hot item is, volgde ik vandaag een preconference verzorgd door Virginia Tech: Virginia Tech ExPo: E-Portfolios for Courses and Programs Across the University

This seminar proposes to share Virginia Tech’s electronic portfolio experiences. Specific examples of portfolios for learning, assessment, and professional development will be discussed. We will explain how we support faculty and students, including the university’s center for emerging technologies, InnovationSpace. We will share our portfolio processes like the structure of our design meetings, our portfolio tools, and the infrastructure needed to implement e-portfolios throughout our institution so participants can learn from the challenges we faced and apply our strategies for success. The seminar will include a participatory design process to facilitate development and share experiences. Participants should leave with a greater understanding of how to implement e-portfolios throughout the university. We will also provide resource materials including our student and faculty guides, links to our website and video tutorials, sample reflection prompts, sample e-portfolio activities, and a copy of our e-portfolio design document.

De beschrijving was zeer uitnodigend en veelbelovend, maar ik ben helaas toch wat op mijn honger blijven zitten.

Er werd op een zeer logische manier gestart met een aantal voorbeelden van portfolio’s van studenten van Virginia Tech. Zeer verschillende soorten van portfolio’s ook. Van een zeer eenvoudig portfolio verbonden met 2 vakken en lopende over 2 jaar met vooral schrijfoefeningen (het ging over een cursus Engels), over een departementaal assessment portfolio waarbij dit moet dienen om learning outcomes te meten, naar een portfolio dat het behalen van nationaal bepaalde outcomes moet bewijzen.

Allemaal zeer mooi, maar ik had gehoopt om ook een blik achter de schermen te krijgen. Hoe wordt de ontwikkeling hiervan concreet aangepakt? Hoe verloopt de uitrol? Waaruit bestaat het portfolio technisch gezien? Wat als men nog iets wil wijzigen aan de template? Wie begeleidt? Hoe wordt die begeleiding geïmplementeerd of geörganiseerd? Wat krijgt een begeleider/coach eigenlijk te zien? Wat zijn de ervaringen, zowel van de studenten als van de begeleiders? Wat zijn de struikelblokken en hoe kunnen die voorkomen worden?

Op al die vragen heb ik geen antwoord gekregen. Ik heb alleen begrepen dat ze SAKAI gebruiken voor hun portfolio-sites, dat ze heel veel artefacten (documenten, scans, audio, video, …) laten opslaan en dat ze geen opslaglimiet instellen.

Een tweede spreker had het uitgebreid over het pedagogische belang van reflectie, uitvoerig gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Op zich wel interessant natuurlijk, en wellicht onlosmakelijk verbonden met portfolio, maar wat mij betreft niet nieuw en vooral niet in overeenstemming met mijn verwachtingen van deze preconference.

Wat ik wel onthouden heb is dat een portfolio in de eerste plaats bedoeld is voor de student zelf. Het is een instrument dat het leren van de student moet ondersteunen en richting geven. Reflectie is hier de tool bij uitstek.

Wat ik ook onthouden heb is dat er niet zoiets is als ‘het’ instellingsportfolio. Het was zeer duidelijk dat ook aan Virginia Tech verschillende opleidingen verschillende portfolio’s gebruiken. Elk wordt aanzien als een project. De sprekers hadden het over een honderdtal projecten!

Mooi was nog een voorbeeld uit een lerarenopleiding. Reflectie hoeft niet noodzakelijk in geschreven vorm te zijn. In dit project werd uitvoerig gebruik gemaakt van video en audio. Zo neemt bv een student vooraleer hij een stageles geeft, zichzelf op terwijl hij reflecteert over hoe hij de les gaat aanpakken. Onmiddellijk na afloop van de les doet hij hetzelfde, maar nu reflecteert hij over de zopas gegeven les.

Omdat in de portfolio’s zoveel gebruik gemaakt wordt van multimedia voorzien ze hiervoor ook de nodige faciliteiten en opleidingsmogelijkheden, zowel voor docenten als voor studenten. Dit vindt plaats in hun zogenoemde Innovationspace. Voor opleiding in de tools doen ze omstandig beroep op studenten!

Openingsreceptie in de Exhibit Hall

In de Exhibit Hall exposeren talloze bedrijven hun producten, alle dus actief in de onderwijswereld. Als je die gigantische ruimte betreedt en al die indrukwekkende stands ziet, kan je maar één ding cocluderen eigenlijk: education is big business