Terugblik op Online Educa Berlin 2010

Van 1 tot 3 december ging in Berlijn de jaarlijkse Online Educa conferentie door. Het is naar hun eigen zeggen de grootste global e-learning conferentie voor de bedrijfswereld, het onderwijs en de publieke sector. Dit jaar vaarde het congres  uit onder de vlag ‘Learning for All’:

Under the banner of Learning for All, the 16th edition of ONLINE EDUCA BERLIN sets a strong focus on impact, results and change. Participants see innovation at work, get immersed in virtual worlds, join the discussion on the ethical and practical implications of digitally enhanced learning, experience the highlights and challenges of classroom evolution and find out all about smarter working environments.

Onder deze paraplu werden de sessies ondergebracht in 4 thema’s: learning about learning, learning content, learning ecosystems and learning environments.

Om de nieuwe trends op het vlak van ICT en onderwijs op te volgen en inspiratie op te doen voor het eigen werkveld, is zo’n conferentie toch echt wel the place to be.
Ik heb het congres als heel druk ervaren, meer dan dat dat het geval was voor Educause vorig jaar of onlangs nog, de onderwijsdagen in Utrecht. 2197 deelnemers uit 108 landen, het is ook niet niks.

Nu is het natuurlijk niet zo dat je elk jaar radikaal nieuwe dingen ziet, dus de trends die je vorig jaar zag, zie je nu grotendeels weer terugkomen. Dat wil zeggen, mobile learning blijft aan belang winnen. Games, al dan niet serious, blijven veelbesproken, en op een meer overkoepelend filosofisch vlak zie je het promoten van een andere kijk op onderwijs. In het verlengde van dat laatste valt me dit jaar op hoeveel er gepraat wordt over motivatie.

Het was mijn eerste keer Educa Berlijn en de organisatie is toch wel anders dan wat ik tot nog toe heb meegemaakt. Er wordt gewerkt met een format waarin er parallel over verschillende thema’s een aantal presentaties gegeven wordt. Elk thema heeft zo 3, 4 of 5 presentaties en je moet dus eigenlijk altijd kiezen voor de volledige set. Elke spreker heeft zo vaak maar een kwartier of 20 minuten de tijd om zijn verhaal te doen en aangezien we het allemaal graag uitleggen, heeft dat nogal eens tot gevolg dat de presentaties in een drafje afgehandeld worden om toch maar alles gezegd te kunnen krijgen. Sommige sprekers werden zo als het ware steeds versnellende en niet bij te houden sneltreinen. Vond ik toch wel een minpuntje. Vaak was er ook niet meer de tijd voor vragen uit het publiek en net dat vind ik meestal heel boeiend.

De openingssessie, Learning for All in the Digital Age, op 2/12 werd verzorgd door Talal Abu-Ghazaleh, United Nations Global Alliance for ICT and Development (GAID), USA
Van deze sessie onthoud ik vooral dat ICT, en dan meer bepaald toegang tot computers  en het internet, als een belangrijke factor wordt gezien om de ontwikkeling in ontwikkelingslanden te helpen realiseren. ICT wordt gezien als de ware enabler die het bereiken van de milleniumdoelstellingen kan versnellen. Verder gaf hij aan dat onderwijs aan de basis ligt van ontwikkeling en dat er grote nood is aan het uitvinden van onderwijssystemen voor de toekomst, inderdaad uitvinden of heruitvinden: “Instead of using our eyes to look for different scenes, we should have new eyes that can see new scenes”. De digitale dimensie staat hierbij centraal.

De tweede keynote kwam van Adrian Sannier, Pearson eCollege, USA. Hierover kan ik kort zijn, een overacting en lawaaierige Amerikaan die me deed denken aan die Amerikaanse TV-dominees. Ik denk dat hij veeleer ergernis opriep dan welwillendheid voor zijn verhaal. De kernpunten daarvan waren dat er steeds meer nood zal zijn aan hoger opgeleiden, dat technologie alle domeinen van het leven grondig veranderd heeft maar dat onderwijs nog altijd hetzelfde aangepakt wordt als eeuwen geleden en dat dat dringend moet veranderen.

Naar de 3e keynote van Charles Leadbeater keek ik uit. Ik herinnerde me hem immers van zijn boek We Think waar ik deze blogpost nog over schreef. “Learning from the extremes” was de titel van zijn presentatie. Opvallend vond ik dat heel wat ideeën van Sugata Mitra hierin terug te vinden waren.

school=boring
computer=fun

Leadbeater’s conclusie na een trip langs de sloppenwijken van landen als Kenia, Brazilië, India:

education + technology = HOPE

education=global religion (overal gelooft men in onderwijs)
education=disfunctional

Innovatie in het onderwijs is dus nodig. Vervolgens zet hij een aantal dingen  in een raster waarin hij 2 innovatietypen (ondersteunend en ontwrichtend) uitzet tegen formeel en informeel leren.

In dit raster plaatst hij vervolgens de bijpassende leiderschapsstijlen, waar welk leren plaatsvindt, wie het leren begeleidt en wat er geleerd wordt.

Het kwadrant rechts onder, is waar hij het werk van Mitra plaatst. Pull i.p.v. push onderwijs. Motivatie zowel intrinsieke als extrinsieke vormen sleutelelementen.

Bij het kiezen van sessies is mijn aandacht vooral uitgegaan naar mobile learning, social media en blended learning.


Voor de eerste reeks van parallelsessies had ik gekozen voor “Engaged in Learning: How Mobile Learning Inspires Learning Processes” met bijdragen van mensen uit Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Nederland en Finland.

Anna Ngoloyi van de Tshawane University of Technology in Zuid-Afrika had het over actief leren door studenten d.m.v. gaming op mobile phones. Ik had de indruk dat je je in dit geval niet al te veel moest voorstellen van ‘games’, het leek mij om vrij rudimentaire spelletjes te gaan die het niveau van drill & practice niet overstegen. Dat het de motivatie en zin in leren aanzwengelt wil ik anderzijds wel geloven, want het is sowieso een manier om van leren iets plezierigs te maken. Als tool maken ze gebruik van StudyME, software die vrij van het internet te downloaden is en dat zou werken op elk mobiel toestel. Toen ik deze tool echter eens van nabij wou bekijken, nieuwsgierig als ik ben, bleek hij niet op een iPhone te kunnen draaien, dat was toch even verbijsterend moet ik zeggen.

In de tweede presentatie bracht Anna-Leena Ruotsalainen van de Savonia University of Applied Sciences in Finland, verslag uit van een door de EU gefinancierd project over het begeleiden van studenten via een mobile phone (tutoring). Het doel van het project was het ontwikkelen van oplossingen om de leerproces van studenten te ondersteunen bij middel van mobiele technologie. Hiervan verwacht men dat studies minder zullen onderbroken worden, dat studies van gemiddelde duur bevorderd worden en dat het leerproces ondersteund wordt. De mobiele oplossing die uitgewerkt werd (mTuutori) laat toe dat docenten activerende, motiverende en ondersteunende vragen stellen gedurende de gehele loop van het studieprogramma en dat deze naar de mobiele phones van de studenten gestuurd worden. Antwoorden kan mobiel of via de leeromgeving.

De derde presentatie hoorde m.i. niet thuis in deze sessie. Tamara Powell van de Kennesaw State University in de VS hield een verhaal over “Building a CyberProfessor: Results from a Study of Faculty Technology Adoption”. Het was op zich wel interessant maar het ging absoluut niet over mobiele technologie. Het ging er vooral om over hoe een ‘klassieke’ docent om te bouwen tot een goeie online docent. Nieuwe dingen hebben we er niet geleerd. Blijkbaar is er niet zoveel verschil tussen Amerikaanse docenten en onze eigen docenten. Incentives zijn nodig, een goeie (individuele) ondersteuning is nodig, dwing niemand om een afstandsdocent te worden. Opmerkelijk vond ik wel dat volgens het onderzoek van Kennesaw, docenten die sms’en eerder geneigd zullen zijn om technologie  voor instructie te gebruiken.

De laatste presentatie was van Koos Winnips van de universiteit van Groningen over “Using SMS to Increase Interaction in Large Lectures: Models and Results”. Dit ging over het intussen bekende verhaal over het gebruik  van clickers (audio response systems / student response systems) waardoor interactiviteit met de studenten kan bewerkstelligd worden in het klassieke college in een grote aula.


Na de lunch koos ik voor de lab-sessie met Sugata Mitra over ‘Self Organised Learning Environments’.

Join Sugata Mitra and take part in real hands-on training of different types of tools and applications in a room with 20 available laptops, which can be shared by two or three participants. You are invited to sign-up for this LAB session beforehand on a first-come first-served basis.

Op de onderwijsdagen was Mitra een keynote speaker en zijn presentatie daar bijgewoond hebben maakte die conferentie al meer dan de moeite waard. Je kan die hier trouwens nog altijd bekijken (zeker een aanrader!). Dermate inspirerend, dermate boeiend. De omschrijving hierboven was voor mij dus erg aanlokkelijk, zijn ideeën in een hands-on sessie zelf mogen ervaren. Wat dat betreft bleef ik spijtig genoeg wat op mijn honger zitten. Hij bracht eigenlijk eerst opnieuw diezelfde presentatie. Nadien ontstond er echter een zeer boeiende discussie met de deelnemers die kritische vragen stelden maar waarop hij bijzonder goed antwoordde.

Sugata Mitra is bekend geworden door de ‘Hole in the Wall‘-experimenten. Hij plaatste een computer ergens in de sloppenwijken van India (in de vorm van een ATM-machine) en observeerde nadien de kinderen. Het experiment  toonde aan dat kinderen zichzelf kunnen leren om met een computer te werken, zelfs al kenden ze de taal niet. Op dit experiment volgden talrijke andere en verder onderzoek is nog steeds bezig. De resultaten daarvan zijn wat mij betreft verbluffend. Kijk naar de presentatie op de onderwijsdagen en see for yourself. Dit gaat veel verder dan het zichzelf leren met een computer te werken, dit gaat over onderwijs toucourt.

Enkele dingen die ik onthouden heb:

  • a teacher that can be replaced by a machine should be
  • where learners have interest, education happens
  • essentieel is het samenwerken van de kinderen, ze leren van elkaar (zijn onderzoek wijst uit dat groepen van 4 optimaal zijn voor dit zelfgeorganiseerd leren)
  • the method of the granny: om kinderen nog verder te laten leren heb je geen inhoudsexpert nodig maar iemand die de kinderen aanmoedigt en bewondert
  • a teacher is someone who admires learning

De hypothese die hij wil testen met nog verder onderzoek is:

Education is a self organising system where learning is an emergent phenomenon

Waarbij hij een self organising system definieert als “one where the system structure appears without explicit intervention from outside the system”, en emergence als “The appearance of a property not previously observed as a functional characteristic of the system”.

Als oefening liet hij ons met 3 à 4 personen rond één laptop werken aan de volgende opdracht: “Is research on telepathy funded still? By whom and why?”. Echt illustrerend  voor zijn verhaal vond ik dit niet, maar conferentiegangers van Educa Berlijn zijn natuurlijk al lang geen kinderen meer. Deze oefening leerde eigenlijk niet veel meer dan dat werken in groepjes en nadien uitwisseling tussen de groepjes voor elkeen leren of toegevoegde waarde oplevert.


Voor de laatste sessie van de dag koos ik voor “Personal Learning Environments: Grounding Theories and Experiences of Piloting”

Eerst was het de beurt aan de Brit Graham Attwell over ‘Vygotsky en Personal Learning Environments’. Het werd een algemeen verhaal over jongeren en onderwijs vandaag, waarbij hij enkele kenmerkende aspecten kadert in de theorie van Vygotsky over de zone van naaste ontwikkeling (dit is de ruimte die bestaat tussen wat we al kennen en kunnen en datgene wat we zouden kunnen kennen en kunnen met de hulp van een betekenisvolle andere met meer kennis en kunde).

Enkele dingen uit zijn betoog (het was trouwens een mooie presentatie):

  • veranderende contexten waarin men leert en communiceert (mobile devices)
  • niet de technologie is een uitdaging voor het onderwijs, maar de manier waarop jongeren technologie gebruiken
  • leren is naar buiten komen uit de onderwijsinstellingen: we leren op verschillende plaatsen en in verschillende contexten
  • een quote van Dave Cormier: “We are being forced to reexamine what constitutes knowledge and are moving from expert developed and sanctioned knowledge to collaborative forms of knowledge construction”
  • ons schoolsysteem is gebaseerd op de 1e industriële revolutie, d.w.z. gericht op gehoorzaamheid, netheid, zich houden aan de tijd, en vooral: gericht op homogeniteit (iedereen moet hetzelfde leren op dezelfde manier en in hetzelfde tempo)
  • het internet laat toe om persoonlijke leerpaden te creëren en laat toe om kennis collaboratief te ontwikkelen
  • “learning is based on shared practice and reflection on that practice leading to the development of learning materials”
  • episodisch en context gebaseerd leren vindt plaats in de zone van naaste ontwikkeling; die ontwikkelingszone laat toe dat mensen eigen inhoud creëren door reflectie op een context en in antwoord op anderen
  • het gaat ook om het leggen van verbindingen tussen objecten en het herorganiseren ervan om nieuwe betekenis in een nieuwe context te creëren (creatief gebruik van allerlei materiaal onafhankelijk van hun oorspronkelijk doel)
  • er moeten bruggen gelegd worden tussen formeel en informeel leren en tussen leren en LMS’en
  • PLE’s zorgen voor autonomie van de gebruiker aangezien leren op verschillende plaatsen en contexten plaatsvindt

Daarna was het de beurt aan Hietanen en Valtonen uit Finland die verslag deden van een 3-jarig durend project gefinancierd door ESF (met dezelfde titel als die van deze parallelsessie).

In dit project werden verschillende PLE’s ontworpen en ontwikkeld en werden deze in verscheidene pilootprojecten uitgetest met studenten en docenten uit heel diverse opleidingen.

Aan de studenten werd gevraagd om hun vaaridigheden, kennis, netwerken, reflecties, leerdoelen en informeel leren te tonen en te delen via een PLE. Ze konden zelf kiezen welke tools ze hiervoor wensten te gebruiken. Het bleek dat de meeste studenten kozen voor Ning. Met Ning kan je als het ware je eigen Facebook maken, dus je eigen sociale netwerk waarin je ‘vrienden’ toelaat en waarmee je allerlei zaken kan delen. Later in het project hebben ze echter moeten overschakelen op andere tools omdat de gratis service van Ning ophield te bestaan. Dit verhaal toont trouwens nog maar eens aan dat het altijd een risico inhoudt om onderwijstoepassingen in gratis omgevingen vorm te geven, die kunnen er immers altijd ineens mee ophouden (dit is iets wat ik al verscheidene malen in mijn loopbaan tegengekomen ben), m.a.w. je kan maar best zorgen voor een omgeving die in de eigen instelling gehost wordt of eventueel geoutsourced maar zodat je toch enige garantie hebt wat betreft continuïteit. De Finse studenten zijn dan Google sites en WordPress gaan gebruiken voor hun PLE.

Zaken waar men tegenaan liep in dit project, of toch zeker aanvankelijk, een negatieve houding tegenover het gebruik van social media voor onderwijs, het spanningsveld tussen de digitale leeromgeving (LMS) en de PLE (in feite het conflict tussen docent gecentreerd en student gecentreerd), de veranderende rollen, het gebrek aan kennis en begrip van PLE’s, en dus ook de Ning-story.

Volgende slide geeft mooi die spanning tussen LMS en PLE weer:

De plaats waar opdrachten en reflecties uitgevoerd en bewaard worden verschuift van de LMS naar de PLE. Lijkt me wel een probleem wanneer men als onderwijsgevende de controle en het overzicht wil bewaren. Ik heb het gevoel dat beide naast mekaar moeten bestaan, aan de ene kant dat studenten inderdaad hun PLE ontwikkelen, maar aan de andere kant dat opdrachten die moeten ingediend worden óók in het LMS hun plaats vinden.

Eigenlijk doet heel dit verhaal me denken aan portfolio-functionaliteit. Zoals de PLE in dit project opgevat is, is het m.i. vooral een portfolio-omgeving. Of moeten we het eerder zien dat een portfolio deel uitmaakt van de PLE? Toch ook niet helemaal… een PLE moet het eigen leren ondersteunen terwijl het portfolio een verzameling van bewijsmateriaal is van wat men geleerd heeft. Niet?

Advertenties

Eén reactie

  1. Mooi verslag, Linda. Educa blijft toch de moeite. Ik denk alleen dat inovatieve keynotes steeds moeilijk te vinden zijn. maar de good practices zijn er toch nog altijd.
    Tja dat PLE en Portfolio verhaal. Ik denk eerlijk dat we het over hetzelfde hebben. Portfolio moet in feite evolueren naar zo een PLE, een eigen leerwebsite waar je zowel het proces als de resultaten verzamelt. Misschien dat we gewoon portfolio als begrip moeten weggooien en vervangen door PLE

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: