IMHO videoseminarie: The Open Scholar (met Terry Anderson)

Ook dit academiejaar organiseert het Impulscentrum weer samen met AVnet, ICTS en de werkgroep onderwijskundige aspecten van digitaal leren van de associatie KULeuven een videoseminariereeks rond ICT en multimedia in het hoger onderwijs (IMHO).

Maandagavond om 19:30 werd de nieuwe reeks op gang geschoten met een videoconferencing met een gerenommeerde spreker van de Athabasca University in Canada: Terry Anderson. Het seminarie was te volgen in Brugge, Heverlee en Kortrijk, en natuurlijk ook via live streaming. Van dat laatste heb ik zelf gebruik gemaakt. In de gauwte het avondeten afgeruimd en toen net op tijd klaar voor de start.

Terry Anderson is een autoriteit op het vlak van afstandsonderwijs en onderwijstechnologieën. Meer over hem en zijn werk is hier te vinden. Hij is de samensteller van het boek The Theory and Practice of Online Learning dat vrij te downloaden is. Dat laatste is geheel in overeenstemming met het pleidooi dat hij hield maandagavond tijdens zijn uiteenzetting over “The Open Scholar”. 

Zoals aangekondigd op de site van IMHO ging het over:

“This seminar focuses on the advantages and challenges of living the life of an open scholar. Open scholars use and contribute open education resources, publish in open access journals, support open access schools and assign open access textbooks. Open scholarship builds upon produser models, where users produce and distribute their own works for the benefit of each other, to increase their social capital and to develop supportive networks. The session looks at examples of resources to help the open scholar, while discussing the challenges and limitations of current support systems.”

Hoewel fervent aanhanger van het online-gebeuren startte hij toch zijn sessie met het weemoedig uitdrukken van zijn spijt dat deze videoconferentie nu wel het gevolg had dat hij het Belgisch bier na afloop zou moeten missen. Daar kan ik helemaal inkomen… Elk voordeel heb z’n nadeel, zoals een bekend oud-voetballer placht te zeggen (of was dat omgekeerd?).

Heel zijn uiteenzetting was een pleidooi voor openheid, voor het online delen van kennis en ervaringen. In het bijzonder dus voor wat betreft wetenschappers.

Een ‘Open Scholar’ moet volgens Anderson maximaal sociaal leren ondersteunen, maximaal diverse media inzetten, maximaal gebruik maken van pedagogieën die aansluiten bij het gedachtegoed van samenwerkend leren en de ideeën van het connectivisme. De manier waarop hij gegevens verzamelt en hoe zijn onderzoeksproces verloopt, moet op een maximaal open manier gecommuniceerd worden.

Om het bovenstaande te bereiken, zijn er heel wat online faciliteiten beschikbaar. Zo moet volgens hem een ‘open scholar’ gebruik maken van en bijdragen aan Open Educational Resources (OER). Voorbeelden hiervan zijn OER Commons, WikiEducator, Connexions

Open wetenschappers archiveren hun werk/output in digital repositories zoals AUSpace, EPrints, Sherpa Romeo, DSpace

Om open onderzoek te doen, kan men gebruik maken van open notebook of OpenWetware.

Open scholars kunnen de informatie die zij filteren via blogging weer delen met anderen. Als voorbeeld gaf hij de OLDaily van Stephen Downes, eentje die ikzelf al geruime tijd volg. Andere voorbeelden: edublogs, EPN (Education Podcast Network).

Hij brak ook een lans om te publiceren in open access journals (DOAJ). Volgens de resultaten van een onderzoek dat hij deed, wordt er evenveel geciteerd uit dergelijke open access journals als uit commercieel gepubliceerde wetenschappelijke tijdschriften. Die open access journals krijgen echter vooralsnog geen impactfactor mee als ik het goed begrepen heb. Hij pleit ervoor om artikels eerst naar open access journals te sturen.

Open scholars moeten open access books maken, dit betekent dus boeken vrij beschikbaar op het internet. Het boven vermelde boek van Anderson is daar dus een voorbeeld van en beschikbaar via AUPress.

Toen volgde een kort intermezzo waarbij Anderson aan het videoconferencing publiek vroeg in hoeverre bij ons wetenschappers geneigd zijn om hun zaken te delen met anderen.

In het vervolg van zijn sessie ging hij meer in op – laat ik het noemen – open onderwijzen. In die zin dat hij stelde dat open wetenschappers ook moeten zorgen voor open studenten. Dit betekent, studenten die mee kennis creëren en op dezelfde manier open stellen voor anderen. Een tweede element hierin is dat open wetenschappers open cursussen moeten doceren. Open cursussen zijn cursussen waar gelijk wie toegang toe heeft, waarin iedereen die dat wenst kan participeren. Als voorbeeld gaf hij de cursus die momenteel voor de 2e keer loopt over Connectivism and Connective Knowledge van Downes en Siemens. Vorig jaar hebben meer dan 2000 mensen wereldwijd daaraan in meer of mindere mate deelgenomen (waarvan ik zelf er eentje was) waarvan slechts 19 een officiële inschrijving namen die kon leiden naar credits.

Van open lerenden wordt dan weer verwacht dat ze op effectieve wijze allerhande tools kunnen gebruiken. Digitale competentie is een must, evenals op adequate wijze kunnen omgaan met netwerken. Digitale geletterdheid en netwerk geletterdheid, zeg maar. Heeft men deze vaardigheden, dan kan men zelf zijn persoonlijke leeromgeving (PLE, personal learning environment) creëren.

In het vragenrondje dat nog volgde, kwam ter sprake dat binnen de associatie KULeuven momenteel gekeken wordt naar het online beschikbaar stellen van lesopnames. Ik meende bij Anderson enige scepsis te bespeuren wat dit onderwerp betreft. Wellicht volkomen begrijpelijk vanuit het standpunt van iemand die verbonden is aan een universiteit die voor 100% online cursussen geeft, dus waar gewone klassieke colleges zoals wij die kennen, gewoonweg niet voorkomen. Het druist m.i. inderdaad ook in tegen de didactiek die wij als ICTO’ers toch propageren, nl. het zoveel mogelijk activeren van studenten via bv. samenwerkend leren. En toch ben ik de mening toegedaan dat het niet of/of moet zijin maar en/en, m.a.w. het online beschikbaar hebben van video-opnamen van goeie colleges is zeker óók iets wat bijdraagt aan het leerproces van studenten. Is het bv. niet een zegen dat we de TED-talks gelijk wanneer kunnen bekijken? Hoeveel interessante en inspirerende presentaties zijn daar niet op te vinden?

Het was zeker een boeiende avond die me weer een aantal interessante links opgeleverd heeft.
Terry Anderson werd nog van harte bedankt en als attentie werd hem een Belgian Beer via Facebook aangereikt.
Daar zouden we nog wat op moeten vinden… iets als: dematerialisatie hier, digitale verzending en re-materialisatie in Canada…

Advertenties

Eén reactie

  1. Een geslaagd en leerrijk verslag. Toch blijf ik met het wrange nagevoel dat het Mattheus-effect hier een rol speelt. Wijlen Prof. Deleeck verkondigde de stelling dat fiscale en sociale interventies tot nu toe de armen armer maakt en de rijker rijker. Hij noemde dit het Mattheus-effect naar analogie met de uitspraak van de evangelist over interventies van de Romeinse bezetter. Dit soort prachtige seminaries maakt ICTO’ers vooral gelukkiger en niet-ICTO’ers nog ongelukkiger. Hoe dichten we de kloof… Ik ga nu snel die links van Linda in haar blog verkennen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: